‘We doen maar wat’




Op een vrijdagmiddag in de Centrale Bibliotheek zijn Bert van Delden en Muram Abdelrhman aan de koffie tijdens hun wekelijkse gesprek. Ze zijn inmiddels bijna een jaar een taalkoppel en kunnen het goed met elkaar vinden.

Muram, 30 jaar, afkomstig uit Sudan, waar ze werkzaam was als kinderarts, wil wel vertellen waarom ze een taalcoach heeft aangevraagd bij het Gilde:

‘Ik wil mijn beroep weer uitoefenen. Daarvoor moet ik minimaal B2-niveau halen. Ik loop nu stage in een verpleeghuis bij een geriater, maar zodra het kan, wil ik stagelopen bij een kinderarts. Mijn Nederlands is heel erg vooruitgegaan, sinds ik met Bert praat. In het begin vertaalde ik alles wat Bert zei in gedachten in het Engels, dan bedacht ik een antwoord en dat probeerde ik dan in het Nederlands te zeggen. Dat kostte heel veel tijd. Nu gaat het veel beter en sneller.’

Bert, 85 jaar, met een lange loopbaan bij de rechterlijke macht achter de rug en sinds drie jaar taalcoach bij Gilde SamenSpraak, is het daarmee eens: ‘Het spreken gaat heel goed, want Muram heeft steeds meer zelfvertrouwen. Natuurlijk maakt ze soms fouten in de woordvolgorde, maar ik ga niet steeds alles verbeteren, dat belemmert het gesprek alleen maar. We praten vaak aan de hand van krantenartikelen, bijvoorbeeld uit de NRC. Ik geef geen les, ik heb geen plan, we doen maar wat. We hebben interessante gesprekken, waar ik zelf ook veel van leer. Ik ben Italiaans aan het leren, lezen en schrijven gaat goed, maar spreken is van een andere orde. Dat blijft moeilijk, dus ik kan me heel goed voorstellen hoe het voor Muram is om in het Nederlands te communiceren.

Voor Muram gaat het niet alleen om de Nederlandse taal. ‘Ik wil ook meer weten over de Nederlandse cultuur en ik wil de Nederlanders begrijpen. Ik moet soms wennen aan bepaalde gebruiken, zoals van tevoren afspreken dat je komt eten, en precies op tijd komen, in plaats van ongeveer een tijd afspreken.’

Behalve de Nederlandse taal, studeert Muram online kindergeneeskunde en epidemiologie. Leren fietsen staat ook nog op het lijstje.

Bert heeft veel bewondering voor Muram en zijn andere taalleerders. Op dit moment heeft hij wel 6 koppelingen, hij spreekt ze niet allemaal elke week, maar wel regelmatig. Ook vindt hij het fijn om contact te onderhouden met degenen uit eerdere koppelingen. Sommige hebben inmiddels een studie afgerond en werk gevonden. ‘Op die manier maak ik kennis met veel andere culturen, ik leer veel en ik heb leuke contacten. Ik zie hoe moeilijk het soms voor ze is, maar ze gaan wel allemaal moedig voorwaarts.’

 

Anke van Kampen

 



© 2026 Knijnenburg Producties